26 februari 2018

Cheescake op een schoteltje

Afvallen en mores

Collectief lijden kan een revolutie veroorzaken. Als de pijn maar groot genoeg is, komt het volk in opstand en wordt een radicale verandering geforceerd. Als het om afvallen gaat zijn we in mijn ogen al jaren aan een revolutie toe. Maar de pijn van een strijd met eten wordt niet collectief gedeeld. Meestal lijden we alleen in stilte en een revolutie kan niet ontstaan als deze door schaamte wordt gecensureerd.

In de 6e eeuw schreef Paus Gregorius I een lijst met zeven hoofdzonden. Gula is er een van en staat voor: onmatigheid-gulzigheid-vraatzucht. Zondes zien we als een morele kwestie en vraatzucht en gulzigheid vinden we ongemanierd en ongepast. Wie gulzig is schiet moreel te kort. Dit oordeel kleurt onze relatie met eten waardoor we overeten als een persoonlijk falen zien.

Het ligt aan mij, denk je beschaamt. Ik heb mezelf gewoon niet in de hand.

Jonge meisjes die zich bodemloos voelen. De CEO die op weg naar huis in de auto snackt. De moeder die in de keuken de afgekloven tosti’s van haar kinderen eet. Schaamte, schaamte, schaamte. Er zijn maar weinig mensen die openlijk uitkomen voor het volgen van mijn programma Etenslessen. Zelfs binnen een liefdesrelatie blijft de diepte van deze strijd vaak verborgen voor de partner. Wie wil zich nu openlijk associëren met moreel verwerpelijk gedrag?

De revolutie laat hierdoor op zich wachten. Onze mores rond overeten ondermijnt de openheid die nodig is om een strijd met eten op te lossen. Schaamte weerhoudt ons er niet alleen van om hulp te vragen, maar ook om te mogen kijken naar ons eigen gedrag. We verbergen onze relatie met eten niet alleen voor de buitenwereld, maar ook voor onszelf en een probleem waar je niet naar mag kijken, laat zich moeilijk oplossen.

Ik pleit daarom voor het loslaten van deze collectieve schaamte. Het is tijd. Al heel erg lang. In de zesde eeuw was de wereld nog magisch en plat. Het menselijk lichaam was een mysterie en cup cakes bestonden niet.

De wetenschap heeft allang bewezen dat overeten geen persoonlijk falen is. Vraatzucht leeft in een ander deel van het brein, dan het deel waar onze normen actief zijn. Daarnaast is niet iedereen even gevoelig voor voedsel. Waar de een na een paar happen van een stuk cheesecake de interesse verliest, smaken diezelfde happen voor een ander juist naar meer. Ik noem dit je voedselrespons. Deze is fysiologisch en neurologisch. Niet moreel.

Zelf ben ik heel gevoelig voor voedsel, maar niet voor alcohol. Ik kan een half glas wijn gewoon vergeten en overstappen op thee. Dat is niet knap en er komt geen zelfbeheersing aan te pas. Voor iemand die gevoelig is voor alcohol ligt dit heel anders. Een half glas wijn laten staan kan een gevecht zijn. Ook dit heeft niets met mores te maken.

De afgelopen 70 jaar is het wilskrachtmodel de basis geweest van ons paradigma op afvallen.

Met het wilskrachtmodel bedoel ik de simpele rekensom: dieet + heel graag willen = afvallen. Als je maar graag genoeg wilt, dan lukt het je ook.

Ieder pondje gaat door het mondje, is de volksuitspraak die ons aan de simpliciteit van dit model herinnert. Maar het wilskrachtmodel is achterhaald en ontoereikend. Het heeft voor jou en mij niet gewerkt en ook voor onze moeders en oma’s niet (heren inbegrepen). Wilskracht, zoals sociaal psycholoog Roy Baumeister heeft onderzocht, functioneert in het brein als een reservoir en is voortdurend aan uitputting onderhevig.

Diëten werken perfect voor mensen die niet gevoelig zijn voor voedsel. Voor deze groep volstaat informatie over wat je moet eten, wanneer en hoeveel om gezond en slank te zijn. Maar voor mensen die een strijd met eten ervaren is meer nodig. Zoals kennis over het functioneren van het brein in relatie tot eten en de vaardigheid om het brein niet te frustreren tijdens een proces van gedragsverandering.

Daarnaast heb je aandacht nodig voor het gebruik van eten als genotmiddel. Een genotmiddel gebruik je om plezier te intensiveren, of pijn te camoufleren. Als je gevoelig bent voor voedsel gebruik je eten vaak als genotmiddel, omdat het zo goed voor je werkt. Je kan helemaal opgaan in dat proeven, kauwen, slikken en hier stap je niet zomaar overheen omdat je wilt afvallen. Je lost dat niet op met het wilskrachtmodel.

Als we kijken naar het landschap van afvallen, zien we twee uitersten op het spectrum: aan de ene kant de dieetindustrie met haar glossy belofte, die je vertelt wat je moet eten, wanneer en hoeveel en aan de andere kant de klinische sector die je vertelt dat je een stoornis, compulsie of verslaving hebt. Diëtisten en voedingsadviseurs leunen wat meer tegen de dieetindustrie aan en zelfhulpgroepen wat meer tegen de klinische sector. Maar daar tussenin vinden we een bar land waar niet zo veel gebeurt, terwijl voor de meeste mensen juist daar hun vraagstuk ligt.

Hoe creëer ik een fijne relatie met eten zonder obsessie of dieet? Hoe ga ik om met mijn gevoeligheid voor voedsel? Hoe verhoud ik mij tot de consumptiemaatschappij die mij voortdurend prikkelt om bewerkt voedsel te eten? Hoe maak ik een succes van de manier waarop ik voor mezelf zorg zonder dat dit als volhouden voelt?

Je hoeft geen compulsie of stoornis te hebben om je relatie met eten als gefrustreerd of obsessief te ervaren. Ik ken meer mensen die niet tevreden zijn over hun relatie met eten dan wel. Waar vinden zij hun antwoorden? Het wilskrachtmodel gaat hier compleet aan voorbij en is geen model voor de lange termijn.

Dat het tijd is voor verandering wordt pas duidelijk als wij ons schaamteloos durven uitspreken over de vraagstukken rond onze relatie met eten. Het is hoog tijd dat we mores en overeten uit elkaar halen. Voor onszelf en iedereen die naar een fijne relatie met eten verlangt.

Gula schmula.

 

Banner audio Etenslessen

Beoordeling lezers
[Totaal: 16 Gem: 4.3]

2 reacties op “Afvallen en mores”

  1. Mirjam schreef:

    Wauw, wat een mooi artikel! Fijn dat je dit zo uit elkaar hebt gehaald, hebt benoemd en toegelicht. Het geeft mij het gevoel dat ik niet gek ben. En de schaamte wordt daardoor al minder. dank!


Plaats een reactie